Get Adobe Flash player

Facebook

Toscanzahoeve

Voor gedragsproblemen en opvoeding werken wij samen met Toscanzahoeve.
Centrum voor gedrag en therapie voor dier en mens onder leiding van
Inge Pauwels. Wij zullen hier in de toekomst  enkele lessen ver-
zorgen.

 
http://www.toscanzahoeve.be/
Stel u vraag aan 
info@dierenkliniekdeark.be met vermelding toscanzahoeve
De antwoorden hierop worden later  geplubliceerd op onze website.

Natural Care Login

Hills voeding


Wij geven vanaf heden 10 procent korting op al uw  aankopen van Hills via een spaarkaartsysteem

Honden

  
1 Vaccinaties 

 
De ziektes waartegen gevaccineerd wordt bij honden zijn meestal ongeneeslijke ziektes. Door je hond te laten vaccineren kan je deze ziektes voorkomen. Tijdens de jaarlijkse vaccinatie wordt uw dier ook grondig door ons nagekeken op tekens van gebrek in de algemene gezondheid. Dit is ook het ideale moment om ons om uitleg of info over bepaalde zaken te vragen. Elk jaar wordt er door ons ook  een herinnering gestuurd wanneer uw dier gevaccineerd dient te worden.

Rabies of Hondsdolheid

Rabiës is de Latijnse naam voor hondsdolheid.  Belgie is momenteel rabiësvrij verklaard, maar in een aantal Europese landen is het een groot probleem. Dieren en mensen gaan vrijwel zonder uitzondering dood binnen 7 dagen nadat ze ziek worden.

Hondsdolheid tast de hersenen aan. Honden en vossen met rabiës vertonen een ander gedrag dan ze voorheen hadden. Daarom moet in het begin elke hond of vos die zich vreemd gedraagt of zomaar ergens dood wordt aangetroffen, van hondsdolheid worden verdacht (niet aanraken).
Als u vermoedt dat een dier rabiës heeft, geef dit dan zo snel mogelijk door aan de politie. Na contact met een verdacht dier (likken, krabben, bijten) luidt het advies de wond zo snel mogelijk uit te wassen met veel water en zeep, de wond zo mogelijk met jodium te ontsmetten en direct contact op te nemen met een arts. Snelle behandeling kan levensreddend werken.

Een aantal landen (ook België) is vrij van rabiës en wil dit ook blijven. Als u met uw hond of kat wil reizen in het binnenland en hierbij de grens Samber-Maas overschrijd ( ardennen) of  indien u naar het buitenland wil is een vaccinatie verplicht. Voor Belgie en de landen van de Europese unie geld een geldigheidsduur van 3 jaar na vaccinatie, die pas ingaat 1 maand na de initiële vaccinatiedatum ( wees er dus op tijd bij om uw dier te laten vaccineren wanneer u plannen in de deze richting heeft)

Distemper of hondenziekte
 
Hondenziekte (komt het meest voor bij jonge dieren. Hoewel deze ziekte lang onder controle was, zien we deze meer en meer terug de kop opsteken door import van jonge pups uit het buitenland. Niet alleen honden maar ook fretten zijn er gevoelig voor. De ziekte openbaart zich door de verschijnselen koorts, ontsteking van oogleden en neusslijmvlies, hoesten, keelontsteking, longontsteking, vaak door diarree en soms door aantasting van het zenuwstelsel . Meestal zijn de dieren erg ziek. Zij kunnen, zelfs ondanks een goede behandeling, doodgaan. Deze ziekte behoort best tot het eerste  puppyspuitjes (gecombineerd met het gevaarlijke parvovirus), die puppy's krijgen op 6 weken. Ook later moet dit nog herhaald worden op volwassen leeftijd 
 
Parvovirose of kattenziekte

Deze ziekte, hoewel vaak  kattenziekte genoemd bij de hond, heeft in se niets te maken met kattenziekte bij de kat. Het is een gelijkaardig virus dat deze ziekte veroorzaakt maar het virus is diersoortspecifiek dus kan niet overgaan van kat op hond of omgekeerd.

Een besmetting bij de hond wordt gekenmerkt door het optreden van ernstige, bloederige stinkende diarree  en braken. Dit leidt tot verlies van (veel) vocht en zouten waardoor uitdroging en ernstige shock ontstaat.  Parvo-infecties komen vooral bij jonge dieren voor en zijn dan vaak dodelijk
Omdat vooral jonge dieren gevoelig zijn, is een vroege vaccinatie belangrijk. Omdat op de leeftijd van 6 weken een aantal pups niet op de enting reageert, dient op 9 en 12 weken een herhalingsenting tegen parvo plaats te vinden.
 
Hepatitis
 
Besmettelijke leverziekte wordt veroorzaakt door een virus dat in het lichaam allerlei schadelijke effecten veroorzaakt. Het belangrijkste effect is een ontsteking van de lever. De ziekteverschijnselen zijn niet altijd even duidelijk, waardoor het meestal nodig is laboratoriumonderzoek uit te voeren om de diagnose te stellen. De ziekte kan bij dieren van alle leeftijden voorkomen. Soms is het verloop mild, in andere gevallen worden dieren ernstig ziek en kunnen ze sterven.
Meestal is de entstof in een combinatie-entstof opgenomen en wordt de eerste keer gegeven na de puppy-enting, meestal vanaf 9 weken, daarna nogmaals herhaald op 12 weken en daarna om de 2 jaar. 
 
Leptospirose of rattenziekte
 
De ziekte van Weil is bij de meeste mensen een bekend begrip omdat de ziekte ook bij de mens kan voorkomen. Er zijn echter meerdere aandoeningen die op deze ziekte lijken. De naam van deze groep aandoeningen is leptospirose. Het belangrijkste verschijnsel is een nierontsteking. Leptospirose wordt via de urine van het ene, naar het andere dier (rat-hond; hond-hond) overgedragen. De mens wordt meestal besmet via urine van de rat. Leptospirose is een gevaarlijke ziekte en kan, vooral wanneer te laat wordt ingegrepen, tot de dood leiden. Het is ook zeer besmettelijk voor de mens.
 
De entstoffen die bij honden worden toegepast, beschermen tegen de twee meest voorkomende typen van de bacterie. De enting bij een jong dier, of een eerste enting bij een ouder dier, levert alleen een goede bescherming op als tweemaal met enkele weken tussentijd wordt gevaccineerd. Zeker bij een verhoogd risico (jachthonden, honden die graag te water gaan) is een derde enting na een half jaar aan te bevelen. Om de weerstand op peil te houden is een jaarlijkse herhalingsvaccinatie nodig (bij actieve jachthonden twee maal per jaar). Omdat leptospirose meestal in de zomer en de herfst voorkomt, is het verstandig de enting in het voorjaar te geven. De enting kan worden gecombineerd met een enting tegen eerder genoemde ziekten.

 Kennelhoest

 
Deze ziekte is nog altijd niet echt goed beschreven. Wel is bekend dat verschillende virussen en bacteriën de aandoening kunnen veroorzaken. Kennelhoest treedt vaak op nadat de hond in een asiel, in een pension, op een tentoonstelling of op een wedstrijd met andere honden in contact is gekomen. Enkele dagen later krijgt de hond een droge, hardnekkige hoest die vaak gepaard gaat met kokhalzen en braken. Deze verschijnselen kunnen enkele weken aanhouden. De bacteriën die kennelhoest veroorzaken zijn goed te behandelen met antibiotica, de virussen moet de hond zelf uitzieken, maar de hoest kan zeer hardnekkig zijn vermits deze bacteriën en virussen het epitheel van de keel erg beschadigen.. De hoest kan tot 6 to 8 weken duren. Honden die gevaccineerd zijn krijgen geen last van de hoest of slechts een kleine week. Voor jonge pups kan deze aandoening uitdraaien op een fatale longontsteking.

Belangrijk is dat de hond goed is geënt tegen de virale verwekkers van kennelhoest (hondenziekte, leverziekte, para-influenza). In een goed entschema wordt tegen hondenziekte op 6 weken geënt. Bij de "cocktail" (12 weken en jaarlijks) zitten zij er meestal bij. Daarnaast wordt aangeraden tegen de Bordetella-bacterië te laten enten, dit wordt gedaan met een vaccin rechtstreeks in de neus te druppelen (actief na 3 dagen) of een injectie actief na de herhalingsspuit 4 weken later. Opgepast dus als uw dier enkele dagen op pension gaat ( zonder deze vaccinatie wordt hij normaal niet toegelaten) of op hondenschool gaat

 Parainfluenza

Dit virus is eigenlijk een soort griep virus. Het komt zelden alleen voor maar is vooral een belangrijke component van de kennelhoest. Vaccinatie dient jaarlijks te gebeuren.

2 Wormbesmetting 

Wormbesmetting veroorzaakt braken,diarree, vermageren,anale jeuk( sleetje rijden).

Sommige wormen kunnen ook migreren in het lichaam en schade veroorzaken aan ogen, lever, longen,spieren..

Vooral jonge dieren kunnen erg ziek worden van wormen.

Wormen worden overgedragen door het eten van rauwe voeding, contact met stoelgang, vlooien ( lintwormen) en via de placenta en moedermelk.

Daarom wordt aangeraden  jonge pups op een leeftijd van 2 weken een eerste maal te ontwormen samen met het moederdier. Tot een leeftijd van 12 weken elke 2 weken herhalen daarna 1x per maand tot een leeftijd van 6 maand.

 

Ontworm uw volwassen hond minstens 4 keer per jaar

Na ontworming kan uw dier terug besmet geraken, u ontwormt vandaag maar morgen kan uw dier terug besmet worden!!! Afhankelijk van de wormsoort duurt het enkele dagen tot weken vooraleer er eitjes worden uitgescheiden.

 

Eigenaars kunnen ook besmet worden door hun eigen dier!

Lintwormen: veroorzaken buikpijn, vermageren, allergiën allerlei, onaangename anale jeuk.

Spoelwormen: buikpijn, darmblokkage, larven kunnen migreren in het lichaam en ontstekingen veroorzaken in ogen, lever, longen of hersenen

 

Haakwormen kunnen door de huid binnendringen en ontsteking veroorzaken

OPGEPAST VOOR KLEINE KINDEREN!!!

Worminfecties zijn veel waarschijnlijker bij kleine kinderen gezien hun aard om alles in hun mond te steken Naast bovengenoemde neveneffecten wordt er vaak een versterking gezien van allergieën en astma alsook verminderde eetlust, koorts, longontsteking, slaap en gedragsstoornissen.

Sluit een zandbak steeds af, was goed de handen en verwijder stoelgang onmiddellijk uit de tuin.

 

Buitenland

Als uw dier naar warmere landen gaat moet u bij terugkeer een adequate ontworming tegen hartwormen toepassen. Hartwormen worden overgedragen door 

bepaalde muggen ( extra bescherming tegen deze muggen met een uitwendig antiparasitair bestrijdingsmiddel (tekenpippet, vlooienband ..) op voorhand) Wanneer deze muggen steken worden larven overgedragen die indien niet behandeld opgroeien tot volwassen wormen

Deze wormen worden volwassen in de grote bloedvaten. Eenmaal volwassen zijn deze onbehandelbaar. Uw dier krijgt symptomen van hartfalen en eventuele klontervorming in hersenen, nieren, lever,.. door afstervende wormen

Ontworming na thuiskomst dood deze larven in een jong stadium zodat erger voorkomen wordt.
 

3 Castratie bij de reu 

Dit is een operatie waarbij de beide testikels door middel van een kleine incisie voor het scrotum worden verwijderd. Dit is een operatie die een volledige aseptie vereist. Operaties worden bij ons uitgevoerd in de voormiddag omdat wij het principe van de dagkliniek handhaven, dit wil zeggen dat wij proberen om de geopereerde patiënt nog dezelfde dag naar huis te laten gaan.

 

Voordelen van een castratie

Een sterke verandering in het mannelijke gedrag en dominantie wordt waargenomen ( hoe jonger gecastreerd hoe groter dit effect)

Testikeltumoren kunnen niet meer optreden

Op latere leeftijd zal de reu geen prostaathypertrofie en/of een perineale hernia ( door een verzwakking van de spieren   tussen de staart en bekken onder invloed van mannelijke hormonen, kan buikinhoud onderhuids naast de anus komen liggen) meer kunnen ontwikkelen.

Vaak verliest de niet-gecastreerde reu ook een beetje etter afkomstig uit de voorhuid, door castratie is deze vorm van “voorhuidontsteking”vaak volledig opgelost

De reu zal ook veel minder aan territorium-afbakening, door middel van kleine plasjes, doen

 

Nadelen van een castratie

Het grootste nadeel dat kan optreden is een eventuele gewichtstoename door een veranderd metabolisme, uiteraard kan u hier zelf op inspelen door aangepaste voeding (met verlaagd vetgehalte) en aangepaste hoeveelheden hiervan te geven
 

4 Sterilisatie bij de teef

Hoewel vaak sterilisatie genoemd, wordt er tijdens de operatie eigenlijk een castratie uitgevoerd.

Het volledige voortplantingsstelsel van de teef wordt verwijderd gaande van eierstokken eileiders en baarmoeder tot de baarmoederhals. Dit is een operatie waarbij de buik wordt opengemaakt, en gebeurd dus onder absolute strikte abseptie. Operaties worden bij ons uitgevoerd in de voormiddag omdat wij het principe van de dagkliniek handhaven, dit wil zeggen dat wij proberen om de geopereerde patiënt nog dezelfde dag naar huis te laten gaan.

 

Voordelen

De teef wordt onvruchtbaar en is dus niet meer aantrekkelijk voor reuen

Het gedrag wordt stabieler

Er treed geen loopsheid niet meer op ( dus ook geen bloedverlies meer in huis)

Schijndrachten gekenmerkt door veranderd gedrag( piepen, rondsleuren met knuffels, territoriale agressie,…) worden uitgesloten

Vermits er geen baarmoeder meer is kan er ook geen baarmoederontsteking meer zijn

Indien gesteriliseerd voor of na de eerste loopsheid wordt het risico op melkkliertumoren sterk gereduceerd.

Suikerziekte bij een teef wordt vaak geïnduceerd door de loopsheid en komt dus ook veel minder voor

 

Nadelen

Het grootste nadeel dat kan optreden is een eventuele gewichtstoename door een veranderd metabolisme, uiteraard kan u hier zelf op inspelen door aangepaste voeding (met verlaagd vetgehalte) en aangepaste hoeveelheden hiervan te geven.

Vervolgens is er ook een kleine groep dieren (<5 percent) die op latere leeftijd te maken kan  krijgen met urine-incontinentie, indien dit optreed is dit euvel met aangepaste medicatie altijd op te lossen.

 

In onze kliniek steriliseren wij de teef op een leeftijd vanaf 6 maanden of na de eerste loopsheid. Tijdens een loopsheid steriliseren raadden wij af gezien de baarmoeder dan veel meer doorbloed is en dit een verhoogd risico op eventuele bloedingen tijdens de operatie met zich meebrengt.

 

De prikpil wordt bij ons niet meer gebruikt tenzij voor een eenmalige drachtbescherming bij een dier dat later nog moet dienen voor de fok . Op termijn is dit als drachtpreventie  een duurdere oplossing gezien u uw dier 2 maal per jaar naar de praktijk moet brengen voor de injectie.

Daarnaast wordt het risico op het optreden van een baarmoederontsteking, melkkliertumoren en diabetes ook veel groter!
 

5 Vlooien en tekenpreventie

 

Vlooien zijn kleine bloedzuigende parasieten die voor veel overlast zorgen bij onze huisdieren. Maar niet alleen honden en katten zijn gevoelig voor vlooien. Ook de mens, het konijn en de fret kunnen het slachtoffer worden van de vlo.

 

De cyclus van de vlo
Voordat een vrouwtjes vlo eitjes kan leggen moet zij eerst  bloed gezogen hebben. Vervolgens legt zij enige tientallen eitjes in de vacht. De eitjes komen zo in uw huis terecht. Na enkele  dagen komen uit deze eitjes larven. Na enkele weken verpoppen de larven zich. Deze poppen zijn goed bestand in de omgeving en kunnen enkele jaren een risico vormen.

Deze wachten rustig af tot een gewild “slachtoffer” langskomt en onder invloed van de veroorzaakte trilling ontpoppen ze, om alzo het dier te besmetten

 Eenmaal uw huisdier besmet vormen de volwassen vlooien, dus deze die u kan waarnemen op uw huisdier, nog het minste probleem. Het overgrote gedeelte bestaat uit eitjes,larven en poppen in uw woning.

Vlooien zelf zijn soms moeilijk waar te nemen in de dichte vacht van uw dier, de uitwerpselen verraden echter snel hun aanwezigheid. Zet uw dier op een wit A4 blad en borstel flink over de rug. Vlooienuitwerpselen zijn typische kommavormige zwarte sliertjes die, indien met water besprenkelt rood kleuren door aanwezigheid van onverteerd bloed.

Een adequate vlooienpreventie zal deze omgevingsbesmetting tegengaan. Voorkomen is in dit geval echt beter dan genezen. Eenmaal u huisdier besmett moeten er, naast een goede vlobestrijding op uw dier, afdoende maatregelen genomen worden om herbesmetting uit de omgeving tegen te gaan.

Eerst moet alles gestofzuigd worden. De trillingen die alzo ontstaan, stimuleren het vrijkomen van poppen waardoor deze beter bestreden kunnen worden.

Alles wat in de wasmachine kan waar uw dier mee in contact kwam moet gewassen worden opeen zo hoog mogelijke temp, stenen vloeren goed reinigen, stoffen zetels en dergelijke inspuiten met een omgevingsspray met blijven effect, er bestaan zelfs “bommen”die een verneveling in uw huis bewerkstelligen met dit produkt.

 

Vlooien veroorzaken bij uw huisdier, jeuk voornamelijk rond de staartbasis. Daarnaast zijn sommige dieren ook allergisch aan vlooienbeten, deze reageren hyperallergisch op een beet met eventuele erge huidontstekingen tot gevolg. Lintwormen kunnen ook overgedragen worden door vlooien, zowel op uw dier als op u zelf.

Bij jonge dieren kan een erge besmetting tot bloedarmoede en ernstige verzwakking leiden.

 

Teken

Een tekenbeet is op zich weinig pijnlijk, vaak merkt het dier niet dat een teek aanwezig is. Soms veroorzaakt de beet wel een plaatselijke zwelling die enkele weken kan aanhouden na afvallen van de teek zelf. Het grote gevaar schuilt echter in de overdracht van allerlei ziekten zoals onder andere de ziekte van Lyme, Babesiose (piroplasmose) en Erlichiose.

Gelukkig kan gesteld worden dat gedurende de eerste 36 uur na een tekenbeet de kans op besmetting met één van deze ziekten vrij gering is. Dagelijks het dier op teken controleren is dus absoluut noodzakelijk en eventuele teken zo snel mogelijk verwijderen met de blote hand of eventueel een tekentang. De teek vooraf niet verdoven met ether of alcohol daar deze dan vaak extra speeksel zal injecteren als reactie  met verhoogd risico op 1 van bovengenoemde ziekten.

 

Als preventie tegen teken en vlooien raden wij pipetjes aan die u elke maand in de hals van uw dier aanbrengt. Afhankelijk van de noodzaak bestrijd het merendeel van deze producten ook teken. Er bestaan ook vlooien-tekenbanden die 3 tot 6 maanden werkzaam zij afhankelijk van het product.  Tegen vele warenhuisproducten is resistentie, daarom raden wij u aan deze producten bij uw dierenarts of apoteek aan te schaffen. Vanaf april tot eind oktober zou een produkt  tegen teken en vlooien moeten gebruikt worden. Tijdens de wintermaanden is een goede bestrijding tegen vlooien voldoende


6 Voorhuidontsteking 

 
Voorhuidontsteking of balanopostitis in vaktaal is een veel voorkomend probleem bij reuen. De reu verliest hierbij steeds enkele druppeltjes pus uit z'n geslachtsopening. De hond zelf heeft er nauwelijks hinder van, maar zijn omgeving vaak des te meer.
De oorzaak is een infectie van de voorhuid. Dit treedt heel makkelijk op omdat de omstandigheden binnen de voorhuid ideaal zijn voor een kwaadwillende bacterie. Het is er warm, vochtig en ook aan voedsel in de vorm van urine is geen gebrek.

Voorhuidontsteking zien we bij geslachtsrijpe reuen van alle rassen en alle leeftijden. Bijna alle reuen hebben er af en toe last van, maar bij sommigen neemt het echt hinderlijke vormen aan.

Het is niet moeilijk om vast te stellen of een reu een voorhuidontsteking heeft. Een blik op z'n geslachtsdeel is meestal voldoende om te weten hoe het ervoor staat. Bovendien verraadt de patient zich door een spoor van pusdruppeltjes achter te laten.

Kortstondig kunnen antibiotica soelaas bieden maar helaas is dit een normaal verschijnsel bij een niet-gecastreerde reu en keren de klachten vaak weer.
Castratie is vaak de enige goede definitieve oplossing voor dit probleem.